Ga naar inhoud
Contrast instellingen
Slechtziend
Icon Slechtziend

Slechtziend

"Zien met andere ogen"

Slechtziendheid betekent dat iemand minder goed ziet, zelfs met een bril of lenzen. Dit kan aangeboren of verworven zijn: sommige mensen worden ermee geboren, bijvoorbeeld door een syndroom. Bij anderen ontstaat het later in het leven door bijvoorbeeld een oogziekte of trauma.

De slechtziendheid kan stabiel of progressief zijn. Stabiel wil zeggen dat het zicht ongeveer hetzelfde blijft, terwijl het bij progressief langzaam achteruitgaat in de loop van de tijd.

Artsen spreken van slechtziendheid wanneer de gezichtsscherpte 0.3 of 3/10 is of lager. Dat betekent dat iemand op 3 meter ziet wat iemand met een normaal zicht al op 10 meter kan zien. Daarnaast kan er sprake zijn van een vernauwd gezichtsveld kleiner dan 30 graden, waardoor je als het ware door een koker kijkt en minder ziet wat er naast je gebeurt.

Naast het verminderde zien zijn er vaak bijkomende problemen, zoals:

• Lichtschuw zijn (moeite met fel licht)

• Nachtblindheid (slecht zien in het donker)

• Verstoord kleurenzicht

• Gedaalde contrastwaarneming (moeite om verschillen tussen licht en donker te zien)

• Vervormde beelden, waarbij lijnen krom lijken of beelden niet meer kloppen

Slechtziendheid is voor iedereen anders, maar heeft vaak een grote impact op het dagelijks leven. Met de juiste ondersteuning, hulpmiddelen en begeleiding kunnen veel mensen toch zo zelfstandig en comfortabel mogelijk blijven functioneren.

Definitie visuele beperking

De internationale classificatie van ziekten ICD-11 (2018) verdeelt de visuele beperking onder in volgende groepen:

• Milde visuele beperking – gezichtsscherpte minder dan 5/10 tot 3/10

• Matige visuele beperking – gezichtsscherpte minder dan 3/10 tot 1/10

• Ernstige visuele beperking – gezichtsscherpte minder dan 1/10 tot 1/20

• Blindheid – gezichtsscherpte minder dan 1/20

Bron: World Health Organisation (WHO)